Gewasbeschermingsmiddelen: Effectief beleid op basis van feiten en wetenschap

Position Paper – Commissiedebat Gewasbeschermingsmiddelen 11 juni 2026


Gewasbeschermingsmiddelen: feiten en wetenschappelijke risicobeoordeling als basis voor effectief beleid


De discussie over gewasbeschermingsmiddelen raakt belangrijke maatschappelijke doelen: waterkwaliteit, biodiversiteit, voedselproductie en gezondheid. Dit position paper laat zien waar beleid effectiever kan, op basis van feiten en wetenschappelijke risicobeoordeling.

De centrale lijn is dat beleid effectief moet zijn en gebaseerd op wetenschappelijk beoordeelde risico’s binnen het Europese Kader.
Daarbij is het essentieel om onderscheid te maken tussen:
  • de aanwezigheid van stoffen en het daadwerkelijke risico’s
  • generiek beleid en gerichte, gebiedsgerichte oplossingen
  • perceptie in het debat en feitelijke data

CropLife NL zet samen met de sector in op verdere reductie van emissies en risico’s, versnelling van innovatie en betere data voor beleid, zodat maatregelen effectief, proportioneel en aantoonbaar bijdragen aan waterkwaliteit, natuur en gezondheid. verantwoordelijkheid en werkt actief aan verdere reductie van emissies en risico’s.

Door de introductie van de zogenoemde cut-off criteria hanteert Europa deels een benadering op basis van gevaar. Daardoor zijn stoffen die buiten Europa op basis van risicobeoordeling worden toegelaten, hier vaak niet meer beschikbaar of komen ze niet op de markt.
Data laat daarnaast zien dat de grootste uitdagingen breder liggen dan alleen gewasbeschermingsmiddelen, en dat de huidige beleidsopgaven vragen om een evenwichtige, onderbouwde aanpak, waarin verdere reductie van emissies en risico’s, versnelling van innovatie en betere datagebaseerde inzichten centraal staan.

 

Oproep aan de Kamer:


1. Kies voor een brede en effectieve aanpak van de KRW-opgave
Richt beleid op alle relevante bronnen van normoverschrijdingen en voorkom een eenzijdige focus op
gewasbeschermingsmiddelen;
2. Baseer beleid consequent op wetenschappelijke risicobeoordeling
Maak onderscheid tussen aanwezigheid van stoffen en daadwerkelijk risico’s en borg dat maatregelen
proportioneel en goed wetenschappelijk onderbouwd zijn;
3. Zet in op gerichte, gebiedsgerichte maatregelen in plaats van generiek beleid
Stimuleer bewezen effectieve aanpakken zoals Waterdichte Kaders, die overschrijdingen gericht aanpakken en telers concreet handelingsperspectief bieden;
4. Versnel toelating en stimuleer innovatie van nieuwe middelen
Verkort doorlooptijden in de toelatingsprocedure en zorg voor een betere balans tussen het verdwijnen van bestaande middelen en de instroom van nieuwe, innovatieve (waaronder biologische) oplossingen;
5. Voorkom dat telers zonder effectief middelenpakket komen te zitten
Borg dat er voldoende instrumenten beschikbaar blijven om ziekten, plagen en onkruiden te beheersen en daarmee voedselproductie en verduurzaming te ondersteunen.

 

Inhoud

Waterkwaliteit en KRW
Beperkte bijdrage van gewasbeschermingsmiddelen aan normoverschrijdingen en inzet op gerichte aanpak
Beschikbaarheid van middelen en knelpunten
Structurele afname van beschikbare stoffen en onvoldoende instroom van nieuwe middelen
Spuitvrijezones en Natura 2000: wetenschap als basis voor beleid
Risicobenadering centraal; aanwezigheid van stoffen betekent niet automatisch een onaanvaardbaar effect


Kernboodschap water

❖ De bijdrage van toegelaten gewasbeschermingsmiddelen aan KRW-overschrijdingen is beperkt (ca. 2–2,5%) en al jaren dalend.
❖ Het huidige beeld dat gewasbeschermingsmiddelen dé oorzaak zijn van het niet halen van KRW-doelen is vraagt nuancering op basis van de beschikbare meetgegevens.
❖ CropLife NL neemt samen met de sector verantwoordelijkheid en werkt actief en aantoonbaar aan verdere reductie.
❖ Een effectieve aanpak vraagt om brede, brongerichte maatregelen, gecombineerd met gerichte gebiedsaanpakken zoals Waterdichte Kaders.
 

Waterkwaliteit en gewasbeschermingsmiddelen: feiten en oplossingsrichting

De waterkwaliteit staat terecht hoog op de agenda. Tegelijk is het belangrijk om dit debat feitelijk te voeren en scherp te kijken naar de werkelijke oorzaken van normoverschrijdingen.


1. Feitelijk beeld KRW: beperkte bijdrage van gewasbeschermingsmiddelen

Uit de analyse van KRW-waterlichamen blijkt dat de bijdrage van toegelaten gewasbeschermingsmiddelen (EU-prioritaire en nationaal specifieke) aan normoverschrijdingen beperkt is – kijkend naar het totaal aantal overschrijdingen:
  • In 2023 werd circa 2,4% van de alle overschrijdingen in KRW-waterlichamen veroorzaakt door toegelaten gewasbeschermingsmiddelen (zie ook infographic)
  • In 2024 ligt dit aandeel zelfs iets lager: ca. 2,1%

 

Met andere woorden: het merendeel van de KRW-overschrijdingen wordt veroorzaakt door andere stoffen.

De beschikbare data laten zien dat de grootste opgave voor het behalen van de KRW-doelen bij andere stoffen ligt dan gewasbeschermingsmiddelen. Tegelijkertijd ligt de nadruk in politiek en media momenteel relatief sterk op gewasbeschermingsmiddelen.

Uiteraard blijft het van belang om ook deze resterende bijdrage verder terug te dringen, dit vraagt om een gerichte aanpak.


2. Sector neemt verantwoordelijkheid: gerichte aanpak via Waterdichte Kaders

Naast dit feitelijk beeld zet CropLife NL actief in op verdere reductie van overschrijdingen, want we zijn er nog niet. Een concreet en aantoonbaar effectieve aanpak is de gebiedsgerichte aanpak Waterdichte Kaders.

Kern van deze aanpak:
  • Gericht analyseren waar en waarom overschrijdingen optreden
  • Samenwerking met telers en waterschappen in probleemgebieden
  • Inzet van fijnmazige meetmethoden (passive sampling) om bronnen te herleiden
  • Snelle terugkoppeling, zodat telers gericht maatregelen kunnen nemen

 

Deze aanpak maakt het mogelijk om:

  • Overschrijdingen gericht en effectief aan te pakken
  • Telers concreet handelingsperspectief te bieden
  • Onnodig generiek beleid te voorkomen
Het doel is helder: uiteindelijk geen normoverschrijdingen meer die aan de agrarische praktijk toe te schrijven zijn.


Kernboodschap knelpunten en beschikbaarheid middelenpakket

❖ De knelpuntenlijst laat zien dat telers in toenemende mate zonder effectieve oplossingen komen te zitten.
❖ De oorzaak ligt in een structurele ontwikkeling: sterke sanering van toegelaten stoffen en middelen in combinatie met een te lage en te trage instroom van nieuwe middelen, waaronder biocontrol.
❖ De recente praktijk is scherp: slechts één nieuw conventioneel middel in 6,5 jaar.
Zonder versnelling van innovatie en toelating zal het aantal knelpunten verder toenemen.


Beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen en toenemende knelpunten

De beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen staat onder druk, met directe gevolgen voor de weerbaarheid van teelten en de haalbaarheid van verduurzaming in de praktijk. De actuele ‘Lijst met gewasbeschermingsknelpunten 2025’ laat zien dat er voor een groeiend aantal teelten en ziekten, plagen en onkruiden geen effectieve oplossing meer beschikbaar is.
Het gaat om knelpunten in een breed scala aan sectoren – van akkerbouw tot fruitteelt en glastuinbouw – variërend van schimmelziekten (zoals phytophthora en valse meeldauw) tot insecten en hardnekkige onkruiden.


1. Structurele afname van beschikbare werkzame stoffen

De afname van beschikbare middelen is geen nieuw fenomeen, maar een structurele ontwikkeling:

  • Tijdens de Europese herbeoordeling onder Richtlijn 91/414 zijn circa 700 werkzame stoffen verdwenen uit het middelenpakket
  • Deze neerwaartse trend zet zich in eenzelfde tempo voort onder Verordening 1107/2009

 

2. Minder innovatie en tragere toelating van nieuwe middelen

Tegelijkertijd blijft de instroom van nieuwe werkzame stoffen achter:

  • 1998–2016: 109 nieuwe stoffen – waarvan 35 biologisch, gemiddeld circa 6 per jaar
  • 2015–2026: 51 nieuwe stoffen – waarvan 38 biologisch, gemiddeld circa 4,5 per jaar
  • Voor conventionele middelen is de daling het sterkst: ongeveer 75% minder toelatingen
  • In de afgelopen 6,5 jaar is slechts één nieuw conventioneel middel toegelaten in de EU

Dit wijst op een groeiende kloof tussen het verdwijnen van bestaande middelen en de beschikbaarheid van nieuwe oplossingen.


3. Oorzaak: systeem onder druk en lange doorlooptijden

De beperkte instroom hangt samen met lange en oplopende toelatingsprocedures:

  • Procedures die circa 3,5 jaar zouden moeten duren, lopen in de praktijk vaak op tot 10 jaar of langer
  • Tegelijk blijft een aanzienlijk aantal nieuwe (conventionele en biologische) stoffen in behandeling. Dit gaat om 73 nieuwe innovatieve werkzame stoffen waarvan 53 biologische

 

4. Gevolg: toenemende knelpunten in de praktijk

Door deze combinatie van factoren neemt het aantal knelpunten toe:

  • Minder beschikbare middelen
  • Te beperkte instroom van alternatieven
  • Trage toelating van innovatieve oplossingen

 

Kernboodschap wetenschap als basis voor beleid

❖ Beleid moet gebaseerd zijn op wetenschappelijke risicobeoordeling, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen detectie en daadwerkelijk risico.
❖ Voor Natura 2000 gebieden laten de huidige gegevens zien dat risico’s veelal onder relevante drempels blijven, met grote veiligheidsmarges
❖ Generieke maatregelen zoals spuitvrije zones vragen om duidelijke wetenschappelijke onderbouwing
❖ Zolang die ontbreekt, ligt de oplossing in gerichte monitoring, verbetering van risicobeoordeling en gebiedsgericht maatwerk

Indien robuust wetenschappelijk onderzoek aantoont dat sprake is van structurele risico’s, ligt het voor de hand dat passende maatregelen worden genomen.


Bescherming omwonenden en Natura 2000: risico als basis voor beleid

De aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen in de omgeving van kwetsbare locaties en natuurgebieden vraagt om zorgvuldige duiding. Daarbij is het essentieel om onderscheid te maken tussen detectie en risico: het aantreffen van stoffen betekent niet automatisch dat sprake is van schadelijke effecten op de gezondheid van mens of dier of onaanvaardbare effecten voor het milieu.


1. Bescherming van omwonenden

Het Nederlandse toelatingssysteem borgt de bescherming van omwonenden via een geharmoniseerde Europese risicobeoordeling, waarin alleen middelen worden toegelaten als ze geen onaanvaardbare effecten voor het milieu hebben, en geen enkel schadelijk effect op de gezondheid van mens of dier hebben, inclusief kwetsbare groepen.

Uit blootstellingsonderzoek blijkt dat omwonenden weliswaar in aanraking kunnen komen met gewasbeschermingsmiddelen, maar dat de gemeten gehalten onder de gezondheidskundige risicogrenzen blijven, waarbij het toelatingssysteem een hoog beschermingsniveau borgt.
Tegelijk wordt gewerkt aan verdere verbetering van blootstellingsmodellen en monitoring, zodat beleid kan blijven aansluiten bij de nieuwste wetenschappelijke inzichten. Daarnaast loopt er een uitgebreid onderzoek bij het RIVM naar gezondheidseffecten (OBO-2) van gewasbeschermingsmiddelen.


2. Natura 2000: aanwezigheid bij lage concentraties

Onderzoek in Natura 2000-gebieden laat zien dat middelen op afstand van landbouwpercelen kunnen worden aangetroffen, in zeer lage concentraties en sterk verspreid in ruimte en tijd.
De huidige kennis laat zien dat risico’s in de meeste situaties onder relevante drempels blijven. Effectief beleid vraagt daarom niet om generieke maatregelen, maar om gerichte monitoring en risicobeoordeling, zodat maatregelen worden ingezet waar ze daadwerkelijk effect hebben.


3. Beperkingen voor generiek beleid

De huidige kennis laat zien dat risico’s in de meeste situaties onder relevante drempels blijven, wat vraagt om een gerichte en gebiedsspecifieke aanpak:
  • Er ontbreekt een gestandaardiseerd monitoringsprogramma
  • Herkomst van stoffen kan niet eenduidig worden toegeschreven aan individuele bronnen, ook biociden en industriële stoffen worden aangetroffen in het milieu
  • Er bestaan nog geen erkende methoden om effecten op Natura 2000-ecosystemen kwantitatief vast te stellen


4. Beleidslijn: wetenschap moet leidend zijn

Voor zowel omwonenden als natuur geldt hetzelfde uitgangspunt:
  • Risico, niet detectie, moet de basis vormen voor beleid;
  • Maatregelen moeten wetenschappelijk onderbouwd en proportioneel zijn;
  • Generieke maatregelen zijn complex en vragen om een gebiedsgerichte en data-gedreven benadering, zodat maatregelen worden ingezet waar zij daadwerkelijk effect hebben.

 




Klik hier voor de pdf