Reactie CropLife NL op het ILT rapport Risico’s van TFA voor onze drinkwaterkwaliteit

12 september 2026

 

Reactie CropLife NL op het ILT rapport Risico’s van TFA voor onze drinkwaterkwaliteit


Sinds de OECD in 2021 een bredere definitie van PFAS heeft vastgesteld, worden sommige gewasbeschermingsmiddelen als PFAS aangemerkt omdat de werkzame stof bepaalde fluorhoudende structuurkenmerken bevat, zoals een CF3-groep. Uit het Deense TriFluPest-onderzoek kwam naar voren dat sommige van deze stoffen tijdens de afbraak in het milieu TFA kunnen vormen. CropLife NL begrijpt de zorgen over TFA in grond- en drinkwater. TFA is een persistente stof en het is belangrijk dat de herkomst, vorming en verspreiding ervan goed worden onderzocht.

Het door de ILT genoemde getal van ten minste 21.000 kilo TFA per jaar is geen gemeten hoeveelheid, maar een berekende schatting. Deze is gebaseerd op vormingspercentages voor zeven van de 27 onderzochte werkzame stoffen in het TriFluPest-onderzoek, die vervolgens zijn geëxtrapoleerd naar alle middelen die onder de brede PFAS-definitie vallen. De mate waarin afzonderlijke stoffen daadwerkelijk TFA vormen, kan sterk verschillen. Daarom moeten besluiten over de toelating van middelen gebaseerd zijn op een wetenschappelijke beoordeling van de individuele stof en het daadwerkelijke gedrag ervan in het milieu, en niet alleen op structuurkenmerken zoals de aanwezigheid van een CF3-groep.

CropLife NL ondersteunt verder wetenschappelijk onderzoek naar de vorming van TFA en het gedrag ervan in het milieu volledig. De aangesloten bedrijven hebben daarvoor uitgebreide gegevens beschikbaar gesteld aan de bevoegde autoriteiten, zoals het Ctgb. Als uit de beschikbare gegevens blijkt dat een werkzame stof of relevante metabolieten niet voldoen aan de geldende normen voor grondwaterbescherming, moet de toelating worden aangepast of, als er geen veilige toepassing mogelijk is, worden ingetrokken.

Ook de gevolgen van het wegvallen van middelen verdienen daarbij aandacht. Een recente quick scan van de WUR laat zien dat het wegvallen van een deel van de stoffen tot knelpunten kan leiden in verschillende teelten, doordat alternatieven ontbreken. Omdat in de quick scan alleen die stoffen zijn meegenomen die momenteel in een versnelde Ctgb-procedure worden beoordeeld, is het aannemelijk dat de uiteindelijke impact voor de Nederlandse land- en tuinbouw nog groter zal zijn. 

Het Deense rapport en het ILT-rapport geven beide aan dat TFA vele bronnen kent, waaronder industriële toepassingen zoals koelmiddelen, drijfgassen en smeermiddelen, maar ook uit huishoudelijke producten, bepaalde biociden, geneesmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen. Het is belangrijk om naar het totale plaatje te kijken. 
Alleen met een integrale aanpak waarbij alle relevante bronnen van TFA worden meegenomen, kunnen we effectief ons grond- en drinkwater beschermen. 

Klik hier voor de pdf